Van slimme deurbel tot openbare ruimte: over data, privacy en verantwoordelijkheden I Recap Smart Safety & Security Talk
Een slimme deurbel lijkt een onschuldige gadget. Je ziet wie er voor de deur staat, houdt een pakketbezorging in de gaten en kunt met een gerust gevoel van huis. Maar wanneer miljoenen particuliere camera’s samen steeds meer van de openbare ruimte vastleggen, ontstaat een veel groter vraagstuk. Wie bepaalt wat er wordt vastgelegd, wie heeft toegang tot die beelden en waar ligt de grens tussen individuele veiligheid en collectieve privacy?
Op 24 september ging Vincent Böhre (Privacy First) tijdens de Smart Safety & Security Talk van de Impact Coalitie Safety & Security in gesprek over dataverwerking door slimme apparaten, privacy en digitale autonomie. De slimme deurbel vormde daarbij een concrete casus voor een ontwikkeling die veel verder reikt dan de voordeur.
Van gemak naar een netwerk van particuliere camera’s
Nederland kent relatief veel slimme deurbellen. Voor veel gebruikers is de meerwaarde duidelijk: een gevoel van veiligheid, controle over wat er rond de woning gebeurt en gemak bij bijvoorbeeld pakketbezorging.
Tegelijkertijd registreren slimme deurbellen vaak meer dan alleen de eigen voordeur. Afhankelijk van de instellingen kunnen ook voorbijgangers, buren en delen van de openbare ruimte in beeld komen. Sommige apparaten registreren bovendien geluid en slaan beelden op.
Individueel is dat misschien een kleine ingreep. Opgeteld ontstaat echter iets anders: een fijnmazig netwerk van particuliere camera’s dat de publieke ruimte steeds verder observeert.
Daarmee ontstaat een interessante paradox. Dezelfde technologie die mensen zelf als nuttig en veilig ervaren, kan vanuit het perspectief van de persoon die voor de deur van een ander langsloopt juist als een inbreuk op de privacy worden ervaren.
Privacy is niet alleen een kwestie van bewustwording
Een belangrijke conclusie uit het Slimme Deurbellen Consortium is dat gebruikers zich niet altijd bewust zijn van wat hun apparaat precies doet. Welke delen van de omgeving worden gefilmd? Hoe lang worden beelden bewaard? Wordt ook geluid opgenomen? Wie kan bij de beelden en kunnen ze worden gedeeld?
Alleen gebruikers beter informeren is daarom waarschijnlijk niet voldoende.
Een belangrijk deel van de oplossing ligt bij privacy-by-design. Fabrikanten kunnen al bij het ontwerp rekening houden met privacy, bijvoorbeeld door privacyvriendelijke instellingen als standaard te gebruiken, detectiezones te beperken en privacyzones of masking eenvoudig instelbaar te maken.
Ook de mogelijkheid om beelden standaard niet of zo beperkt mogelijk op te slaan, kan het risico verkleinen.
De vraag verschuift daarmee van “wat mag de gebruiker met de technologie?” naar “waarom is de technologie niet vanaf het begin zo ontworpen dat privacy beter wordt beschermd?”
Wie houdt toezicht?
Daarmee komen we bij een volgende vraag: wie is verantwoordelijk wanneer slimme deurbellen structureel de openbare ruimte filmen?
Als het gaat om privacy en naleving van de AVG ligt het toezicht bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Gemeenten kunnen de AVG niet zelf als grondslag voor handhaving gebruiken. Tegelijkertijd kunnen gemeenten wel te maken krijgen met situaties waarin cameragebruik raakt aan de openbare orde.
Dat maakt de grens interessant. Wanneer blijft cameragebruik een individuele kwestie en wanneer ontstaat een collectief probleem?
Denk aan een burenconflict waarbij camera’s leiden tot escalatie en onrust in een hele wijk. Of aan situaties waarin een camera langdurig een groot deel van de openbare ruimte registreert.
En wat gebeurt er wanneer een slimme deurbel of andere camera gericht staat op een politiebureau, kazerne of gemeentehuis? Dan spelen naast privacy ook vragen over veiligheid, openbare orde en de bescherming van gevoelige locaties.
De Smart Talk maakte duidelijk dat hierover nog veel vragen leven. Niet iedere deurbel die een stukje openbare ruimte filmt, is automatisch een openbare-ordekwestie. Maar wanneer private camera’s op grote schaal publieke ruimtes gaan observeren, wordt het wel belangrijker om helder te hebben waar verantwoordelijkheden liggen en welke instrumenten gemeenten hebben.
Gemeenten hebben daarbij niet alleen een mogelijke rol in handhaving. Ook informatie en bewustwording zijn belangrijk. Veel inwoners zien hun slimme deurbel vooral als een hulpmiddel voor veiligheid en bescherming. Voor hen is het niet vanzelfsprekend dat het filmen van een deel van de straat ook gevolgen kan hebben voor anderen.
Digitale autonomie: waar gaan de beelden naartoe?
Een ander thema tijdens de Smart Talk was digitale autonomie. Veel slimme deurbellen op de Nederlandse markt zijn afkomstig van Amerikaanse of Chinese technologiebedrijven. Daarmee rijst de vraag wat er met de verzamelde data gebeurt, waar beelden worden opgeslagen en wie uiteindelijk controle heeft over deze informatie.
Privacy First ziet hier ook een bredere Europese uitdaging. Er is momentum voor Europese, privacyvriendelijke alternatieven die gebruikers meer controle geven over hun data.
Dat raakt aan een groter vraagstuk dan alleen de slimme deurbel. Wie eigenaar is van de technologie, waar data worden verwerkt en welke standaardinstellingen worden gehanteerd, bepalen mede hoeveel digitale autonomie burgers daadwerkelijk hebben.
De slimme deurbel is slechts het begin: de discussie stopt hier dan ook niet.
Drones, slimme brillen, connected cars en andere IoT- en AI-toepassingen krijgen steeds meer mogelijkheden om hun omgeving waar te nemen. Daarmee wordt het steeds normaler dat private technologie data verzamelt in de publieke ruimte.
De slimme deurbel laat zien wat er gebeurt wanneer technologie sneller wordt verspreid dan de maatschappelijke kaders eromheen kunnen worden ontwikkeld.
Dat vraagt om een bredere aanpak waarin technologiebedrijven, overheden, toezichthouders en maatschappelijke organisaties samen nadenken over de randvoorwaarden voor verantwoord gebruik.
Privacy zou daarbij niet pas aan de orde moeten komen wanneer een product eenmaal op grote schaal wordt gebruikt. Het zou onderdeel moeten zijn van het ontwerp, van het beleid van bedrijven én van de manier waarop we als samenleving omgaan met technologie in de openbare ruimte.
De bredere vraag
De slimme deurbel is daarmee meer dan een consumentenproduct. Het is een concrete casus van een ontwikkeling die de komende jaren alleen maar relevanter wordt:
Hoe organiseren we publieke waarden wanneer private technologie steeds meer de openbare ruimte waarneemt?
Die vraag gaat niet alleen over privacy. Het gaat ook over digitale autonomie, veiligheid, verantwoordelijkheid en de rol van publieke en private partijen.
Juist daarom is het belangrijk om niet pas over deze vraagstukken na te denken wanneer nieuwe technologie massaal is ingeburgerd. De discussie over slimme deurbellen laat zien dat de maatschappelijke en bestuurlijke kaders idealiter meegroeien met de technologie en waar mogelijk zelfs vooruitlopen.
Interessante links:
- https://responsiblesensinglab.org/nl/projecten/slimme-deurbellen-consortium
- https://privacyfirst.nl/artikelen/nieuwe-campagne-stimuleert-privacyvriendelijk-gebruik-van-slimme-deurbellen/
- https://privacyfirst.nl/artikelen/resultaten-nationaal-onderzoek-slimme-deurbellen/
- https://vng.nl/nieuws/gemeenten-kunnen-beperkt-reguleren-op-slimme-deurbellen
- https://veiligesmartcities.nl/hoe-kan-de-slimme-deurbel-nog-slimmer/
De Smart Safety & Security Talks van de Impact Coalitie Safety & Security brengen actuele ontwikkelingen en praktijkervaringen samen en bieden ruimte om kennis te delen en met elkaar in gesprek te gaan.
De volgende Talk vindt plaats op donderdag 29 oktober en staat in het teken van digitale soevereiniteit voor gemeenten. Wat betekent digitale soevereiniteit voor gemeenten en welke keuzes en mogelijkheden hebben zij om hier zelf meer regie op te voeren?
Benieuwd wat digitale soevereiniteit voor jouw gemeente betekent? Meld je aan voor de Talk op 29 oktober via: https://veiligesmartcities.nl/events/smart-safety-security-talk-de-gemeente-zonder-big-tech/
Foto credits: iStock/wmaster890